Seksuele evolutie

Bekwame Minnaars is de eerste versie van wat inmiddels de Seksuele en Sociale Intelligentie Hypothese heet. De hypothese is dezelfde, de doelgroep een andere. Bekwame Minnaars is geschreven voor vrienden en collega’s die middelbare school biologische kennis hebben. De Seksuele en Sociale Intelligentie Hypothese wil geïnteresseerden en geschoolden in de evolutiebiologie en -psychologie bereiken. Het onderwerp is/blijft het evolutionaire ontstaan van intelligentie, betekenisgeving en bewustzijn in de mens. In de hypothese wordt de intellectuele evolutie van de mens verklaard langs het axioma van seksuele selectie.  De evolutie van de mens -als soort- is ongeveer 5-6 miljoen jaar geleden begonnen met de afsplitsing van de chimpansee.

De Seksuele en Sociale Intelligentie Hypothese biedt een verklaring voor de evolutionaire splitsing in Homo (mens) en Pan (chimpansee). Uitgangspunt is dat verschillen in vrouwelijke geslachtsorganen aanzet zijn geweest voor het ontstaan van twee zeer verschillende seksuele gedragspatronen. Het ene gedragspatroon is paren, zoals we dat van alle zoogdieren kennen. Het andere gedragspatroon is vrijen; een patroon waardoor de mens gekenmerkt wordt en waarin de mens uniek is. Mensen gebruiken hun handen, hun tong, hun hele lichaam bij seks, en hebben de intentie om hun partner tot orgasme te brengen.

De Seksuele en Sociale Intelligentie Hypothese stelt dat het orgasme als selectiecriterium heeft gediend voor vinden van de juiste seksuele partner. Bovendien heeft het orgasme via hormonen en neurotransmitters zowel effecten in het lichaam als in het brein. Het orgasme en gewijzigde seksuele gedragingen kunnen gekoppeld worden processen als de groei van de menselijke prefrontale cortex, rechtoplopen, ontstaan van handelingsintenties en betekenisgeving (biosemiotiek), inlevingsvermogen en bewustzijn.