Tagarchief: selectiedruk

Vrouwelijk orgasme is taboe

Mah en Binik (Mah, K. cs The nature of human orgasm: a critical review of major trends’, Clinical Psychology Review, vol.21, 2001) stellen dat het menselijk orgasme begrepen en geduid moet worden binnen een biopsychosociaal model. Het orgasme verbindt lichaam en brein op onvergelijkbare wijze. Een orgasme ervaren heeft lichamelijke effecten, maar ook een psychologisch gevoel van welbevinden tot gevolg.

Het menselijk orgasme bestuderen, binnen de seksuologie bijvoorbeeld, is van een andere orde dan de kracht van het orgasme evolutionair duiden en bestuderen bij de splitsing in de soorten Pan en Homo 5 miljoen jaar geleden. De SSIH brengt het orgasme in het discours van de evolutiebiologie in, en roept daarmee helaas veel reacties op. De SSIH raakt aan een wetenschappelijk taboe door het (vrouwelijk) orgasme te benoemen tot selectiedruk in een evolutionair splitsingproces van twee seksueel actieve soorten.

Op zich is het wel begrijpelijk dat het (vrouwelijk) orgasme in de evolutiebiologie verwaarloosd is. Darwin leefde 150 jaar geleden en het discours werd bevolkt door mannelijke wetenschappers. In de achterliggende periode zijn de modellen voor evolutie verder ontwikkeld en als denkkader geëvolueerd, maar de basis bleef grosso modo hetzelfde. Het vereist moed en durf om het vrouwelijk seksueel perspectief in de evolutiebiologie te accepteren. Dat verschillen in geslachtsorganen en seksbeleving tussen mannen en vrouwen daarbij (onderhuids) een rol spelen is evident. Vooral als bedacht wordt dat mannen een multifunctionele penis hebben waarmee zij plassen, zich voortplanten en seks hebben. Terwijl -gegeven de vrouwelijke anatomie- dit bij vrouwen drie gescheiden fysiologische en anatomische circuits zijn. Vrouwen (Homo) hebben een plasbuis naast de vagina. Planten zich voort via de vagina en de baarmoeder. En zij hebben seks en ervaren een orgasme door middel van een uitwendige clitoris en het inwendig gelegen corpus cavernosum.